Eikenprocessierups

Dit jaar zijn er minder eikenprocessierupsen en daarom zijn er in de buitengebieden geen eiken bespoten. Hoewel de kans klein is, kunnen er dus toch nesten met eikenprocessierupsen in de eiken zitten.
 

Afbeelding van boom met nest eikenprocessierups

Daarnaast zetten we ándere middelen in, zoals nestkasten voor mezen. In Zuid-Limburg houden we de ontwikkeling van deze rups al meer dan 15 jaren in de gaten. We doen dit op deze manier:

  • in de winter verzamelen we ei-pakketten;
  • in de zomer lokken we de vlinders van de eikenprocessierups met feromonen in een potval.

Er zijn 15 vaste meetlocaties in Zuid-Limburg.  

Het LIFE project

Gemeente Simpelveld is ambassadeur van het Europees LIFE project Eikenprocessierups. Dit project betreft een internationaal onderzoek naar duurzame methoden om de eikenprocessierups te beheersen. Het onderzoek bevestigt dat we steeds minder eikenprocessierupsen aantreffen.

Zomer- en wintereik

De eikenprocessierups komt voor in de zomereik en in de wintereik. Alleen als er héél veel rupsen zijn wijken ze uit naar andere soorten eikenbomen. Om deze reden bespuiten we in 2026 alleen zomereiken en wintereiken.  

In deze nesten zal de rups verpoppen tot vlinder. De nesten worden meestal in de oksel van de gesteltakken gevormd, maar kunnen ook op een tak of op de stam voorkomen.

Ziet u een nest?

Als u een nest ziet, is het belangrijk om voorzichtig te zijn en een melding te maken bij de gemeente. Melden kan via de BuitenBeter app, via melding openbare ruimte of bel naar telefoonnummer 045 5448383.

Veelgestelde vragen over Eikenprocessierups

Waar staat ‘Samenwerkende gemeenten Zuid-Limburg’ voor?

Sinds 2003 vormt Eikenprocessierups een probleem in Zuid-Limburg in de vorm van overlast voor mens en dier veroorzaakt door brandharen van de rups.

In Zuid-Limburg werken 14 gemeenten samen in de beheersing van Eikenprocessierups.
De deelnemende gemeenten zijn opdrachtgever van ‘Samenwerkende gemeente Zuid-Limburg beheersing Eikenprocessierups’ gecoördineerd door gemeente Sittard-Geleen.

Het hoofddoel van dit samenwerkingsverband is de overlast van Eikenprocessierups te beperken. De samenwerking bevordert de beschikbaarheid van eenduidige informatie over de preventie, beheer en bestrijding van de Eikenprocessierups. Op deze wijzen worden de professionals, gemeenten, en burgers praktisch ondersteund.  

Voor een goede werking van het samenwerkingsverband is het van belang dat ‘Samenwerkende gemeente Zuid-Limburg beheersing Eikenprocessierups’ is samengesteld uit gemeenten die aan elkaar grenzen en gezamenlijk grens overstijgend kunnen bestrijden.

Door afstemming in beleid en coördinatie van uitvoeringsvoorwaarden in de voorbereiding als tijdens de uitvoering van de bestrijding wordt een optimaal resultaat behaald.

In de samenwerking werken de deelnemende gemeenten samen aan een betere kennis- en informatie uitwisseling richting gemeenten, professionals en burgers.

Inmiddels zijn ook andere thema’s / problematieken die binnen de samenwerkende gemeenten worden behandeld. Een voorbeeld is Aziatische duizendknoop.

Hoe wordt het startmoment van de bespuitingen bepaald?

De Eikenprocessierups heeft zoals elke vlinder een cyclus: Uit het eipakket dat de vlinder in de late zomer afzet, kruipt in het voorjaar een rups. De rups doorgaat meerdere larvale stadia alvorens de verpopping tot vlinder plaatsvindt. Vanaf het tweede stadium is bestrijding met bacteriepreparaat mogelijk vanwege de vraat van de rups aan het blad van de eik. De rups past het tempo van groei op de ontwikkeling van het eikenblad aan. Voordat de rups in het vierde larvale stadium terechtkomt, moet de bespuiting zijn voltooid. Vanaf het vierde larvale stadium verkrijgt de rups brandharen. De brandharen zijn overigens zo klein dat ze niet met het blote oog te zien zijn.

Op bepaalde plekken wordt er niet gespoten. Met behulp van borden worden burgers geattendeerd op de aanwezigheid en risico’s van Eikenprocessierups

Met welk middel wordt er gespoten?

Het betreft een bacteriepreparaat op basis van sporen en eiwitkristallen (delta-endotoxin) van de bacterie Bacillus thuringiensis var. aizawai ter bestrijding van bladetende eikenprocessierupsen. Het middel werkt niet systemisch en wordt op het blad gespoten. Deze bacteriën overleven slechts 2 dagen op het blad. Na vraat aan het blad door de rupsen komen de eiwitkristallen in de darm terecht en lossen bij gevoelige insectenlarven op in het basische milieu (o.a. met behulp van bepaalde zouten en enzymen) waardoor de onoplosbare Bacillus thuringiensis kristallen worden geactiveerd. Bepaalde neergeslagen eiwitkristallen vormen tezamen giftige kristalclusters waardoor het epitheelweefsel van de darmen wordt beschadigd. De darmwand gaat vervolgens lekken. Hierbij komt de inhoud van de darm met daarin veel bacteriën (o.a. Bacillus thuringiensis) in het lichaam van de rups. Het gevolg hiervan is dat de rups verlamd raakt. De rupsen stoppen met vreten één tot vier uur na opname van de eiwitkristallen. Sterfte treedt enkele dagen (2 tot 5) na toepassing op. 

Hoe specifiek is dit bacteriepreparaat?

Om een insect te doden moeten Bacillus thuringgiensis kristallen eerst oplossen bij de juiste pH. Vervolgens moeten de opgeloste kristallen m.b.v. enzymen worden omgezet in een actief toxine. Tenslotte moet het toxinebinden aan een passende receptor in de darmwand waardoor er gaten in de darmwand ontstaan. Alleen insecten met in de darm de juiste pH, enzymen en receptoren zijn gevoelig en worden gedood, maar dan nog alleen door een Bacillus thuringgiensis stam met de juiste Cry-eiwitten. Hierdoor is Bacillus thuringgiensis zo specifiek. Aizawai is een ondersoort. De subspecies worden onderscheiden op serologische verschillen tussen de flagellen van de bacteriën en enkele morfologische en biochemische verschillen. De stam Aizawai wordt gebruikt tegen lepidoptere insecten (rupsen).(bron: Plant Research International B.V., Wageningen,  Wageningen universiteit)Bacillus thuringiensis (Bt) is een bodembacterie die algemeen in de natuur voorkomt. In hoge concentraties tast de Bt het spijsverteringskanaal aan van bijvoorbeeld de eikenprocessierups. Het middel werkt als de rups bladeren met Bt eet, niet als het middel op de rups wordt gespoten. (Bron: Het College voor de toelating van gewas-beschermingsmiddelen en biociden(CTGB))

Is dit middel schadelijk voor mens en dier?

Neen, het middel is volledig onschadelijk voor mens en dier en bestrijdt alleen de rupsen die op het moment van de bespuiting in de eik aanwezig zijn. De nevenschade is zeer beperkt. We adviseren wel om in een gebied waar beschermde vlindersoorten zijn waargenomen niet te spuiten. 

Het beheersen van de eikenprocessierups op deze gecontroleerde en natuurlijke wijze is noodzakelijk om mensen en dieren te beschermen tegen de brandharen van de eikenprocessierups. De brandharen kunnen bij mens en dier irritaties en allergische reacties veroorzaken met risico op schade aan de gezondheid. 

Meer informatie op de website van het landelijk kennisplatform eikenprocessierups.

Hoe wordt het middel aangebracht?

De bladbespuiting gebeurt met behulp van een nevelspuit met luchtondersteuning. Deze nevelspuit geeft een elektrostatische negatieve lading aan de vloeistof, waardoor een verspreiding in de gehele kroon van de boom met een minimale drift plaatsvindt en de maximale spuitvloeistof tijdens de behandeling goed verdeeld wordt over het blad.

Waarom wordt er gekozen voor deze methode van bestrijding?

Al jaren wordt een gezonde discussie gevoerd over de diverse middelen en methoden ten aanzien van de bestrijding van de eikenprocessierups. In Zuid-Limburg vormt Eikenprocessierups al twintig jaren een probleem. Er is in deze periode uitvoerig gekeken naar alternatieven door uitvoering van proeven, het inwinnen van kennis en een goede samenwerking met partijen als GGD,  vlinderstichting, kennisplatform, andere gemeenten en overheden.

Middelen worden getoetst door het CTGB vooraleer ze op de markt mogen worden gebracht. De meeste gemeenten en provincies in Nederland bestrijden Eikenprocessierups met het bacteriepreparaat.

Er is een nauw contact met de vlinderstichting. Er wordt rekening gehouden met de rode lijst-soorten waardoor in bepaalde gebieden niet gespoten wordt omwille van het beschermen van deze vlindersoorten.

Momenteel zijn er geen alternatieven die hetzelfde resultaat geven als een bespuiting met Bacillus thuringiensis. Met slechts 1 bespuiting wordt een resultaat van 95% bereikt.

Wordt er gedacht om in de toekomst alternatieve methoden in te zetten? Bijvoorbeeld nestkastjes, bermen, e.d.

De gemeente is ambassadeur van het LIFE-Project eikenprocessierups. Dit Europees project met als partners provincie Gelderland, provincie Noord-Brabant, provincie Limburg(België), provincie Antwerpen(B) en gemeente Sittard-Geleen.

Tijdens dit vijfjarig wetenschappelijk onderzoek worden meerdere duurzame alternatieven ten aanzien van de beheersing eikenprocessierups onderzocht. Zo wordt bekeken in welke mate mezen een bijdrage leveren aan de bestrijding van de eikenprocessierups. In Belgisch Limburg is recent de kever Grote poppenrover uitgezet om te onderzoeken in hoeverre deze keversoort de eikenprocessierups bestrijdt en de kever kan overleven.

In de regio Zuid-Limburg zijn op initiatief van de gemeente Sittard-Geleen en in samenwerking met de gemeenten in het samenwerkingsverband negen proefvelden aangelegd. In de aankomende jaren wordt op wetenschappelijk niveau(KU Leuven, Universiteit Antwerpen) onderzocht welke nuttige insecten de eikenprocessierups bestrijden; in welke stadia van de rups er wordt geparasiteerd of gepredeerd en op welke manier een natuurlijke duurzame habitat kan worden gecreëerd voor de natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups. Er is nog heel weinig bekend over de effectiviteit en in het kader van de volksgezondheid derhalve onverstandig om deze alternatieve vorm van bestrijding of beheersing in te voeren als primaire bestrijding.

Meer informatie over het EU Life project Eikenprocessierups is te vinden op de website eikenprocessierups.life

Heeft u aanvullende vragen?

Neem contact op met Jules Sondeijker tel. 06 53325967 of Jean-Pierre Duijsens tel. 06 14996919
of stuur een mail naar info@plantengezondheidsdienst.nl